ECLI:NL:RBZWB:2021:436
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing geldigheid rijbewijs na onderzoek drugsgebruik bevestigd
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) heeft aan belanghebbende meegedeeld dat hij een onderzoek moet ondergaan naar zijn drugsgebruik en heeft de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst in afwachting van de uitslag van dit onderzoek. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze schorsing, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard.
De voorzieningenrechter heeft op 25 september 2020 bij voorlopige voorziening de schorsing van het rijbewijs opgeschort tot het moment waarop het CBR een besluit zou nemen over de rijgeschiktheid. Het CBR ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die zich onbevoegd verklaarde en het verzoek om voorlopige voorziening afwees.
Vervolgens verzocht het CBR de rechtbank om opheffing van de voorlopige voorziening. De rechtbank heeft op 1 februari 2021 na zitting in Breda het verzoek van het CBR gehonoreerd en de voorlopige voorziening opgeheven. Hiermee is de schorsing van het rijbewijs van belanghebbende weer van kracht en moet hij zijn rijbewijs opsturen naar het CBR.
Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt opgeheven en de schorsing van het rijbewijs van belanghebbende wordt bevestigd.