Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
“Ik zweer dat ik alles eraan gaan doen om zelfmoord te plegen, al moet ik de hele toko in brand zetten ik doe het en niemand houd me tegen.”Desgevraagd heeft verdachte tijdens de zitting aan de rechtbank bevestigd dat zij dit briefje inderdaad heeft geschreven.
op 11 februari 2021 te Breda ter uitvoering van het door haar voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten in de door haar, verdachte, bewoonde kamer, met dat opzet de door haar gedragen trui in aanraking heeft gebracht met een brandende sigaret, en daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
op 26 december 2020 te Tilburg opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een deken, ten gevolge waarvan de deken is verbrand, en daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen die zich in het gebouw bevonden, te duchten was.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De vordering tot tenuitvoerlegging
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 230 dagen;
terbeschikkingstellingvan verdachte en stelt daarbij als
voorwaarden:
Daarbij geeft de rechtbank - aangezien het zeer wenselijk is dat de klinische opname direct aansluit op de detentie - DV&O opdracht vervoer vanuit de detentie naar de kliniek uit te voeren.
dadelijk uitvoerbaaris;