ECLI:NL:RBZWB:2021:4366
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning maatwerkvoorziening Hulp aan Huis op grond van de Wmo
Eiser had een indicatie voor 180 minuten hulp bij het huishouden, maar het college wijzigde het beleid en kende op basis van een telefonisch onderzoek 160 minuten per week Hulp aan Huis toe als maatwerkvoorziening onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat het onderzoek onvoldoende was, zijn gezondheid achteruitging en hij meer hulp nodig had, onderbouwd met medische stukken. Hij vorderde extra uren, met name vanwege COPD en andere aandoeningen, en een hogere frequentie van hulp.
De rechtbank overwoog dat het enkele feit dat eiser eerder meer hulp kreeg, niet betekent dat dit gehandhaafd moet worden. Het college had het beleid correct toegepast en het onderzoek was zorgvuldig ondanks de coronamaatregelen. De toegekende 160 minuten voldeed aan de basis en aanvullende uren volgens het beleid, rekening houdend met medische situatie en woningkenmerken.
De wens van eiser voor een hogere frequentie van hulp betrof de uitvoering en viel buiten het bestreden besluit. De rechtbank volgde het standpunt van het college en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toekenning van 160 minuten per week Hulp aan Huis wordt ongegrond verklaard.