Eiseres, werkzaam als grafisch vormgever, viel op 9 juli 2018 uit wegens psychische klachten en ontving vanaf 1 oktober 2018 een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaarsbeoordeling beëindigde het UWV haar uitkering per 13 augustus 2019, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Eiseres maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard.
De rechtbank toetste het medisch oordeel van het UWV, gebaseerd op rapporten van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige. De artsen constateerden beperkingen door depressie en trauma’s, maar stelden dat eiseres niet volledig arbeidsongeschikt was en dat herstel mogelijk was. Eiseres voerde aan dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat haar beperkingen niet juist waren vastgesteld, maar zij bracht geen aanvullende medische informatie in.
De arbeidsdeskundige stelde dat eiseres passend werk kon verrichten in drie functies, waarop de mate van arbeidsongeschiktheid werd berekend. Omdat deze berekening leidde tot minder dan 35% arbeidsongeschiktheid, verviel het recht op Ziektewetuitkering. De rechtbank vond geen reden om het UWV-besluit te vernietigen en verklaarde het beroep ongegrond.