ECLI:NL:RBZWB:2021:442

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 januari 2021
Publicatiedatum
4 februari 2021
Zaaknummer
AWB- 20_9793 VV
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • T. Peters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen sloop gemeentelijk monument

Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat de gebouwen op een locatie in een plaats als gemeentelijk monument worden gesloopt. Het college van burgemeester en wethouders had de aanvraag tot aanwijzing als gemeentelijk monument afgewezen.

Tijdens de zitting op 25 januari 2021 is vastgesteld dat de sloop van de opstallen reeds was begonnen en nagenoeg voltooid op 23 januari 2021. Hierdoor was het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening komen te vervallen. De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek afgewezen.

De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter T. Peters en griffier E.A. Vermunt. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 20/9793 VV
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 25 januari 2021 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoekers] , te [woonplaats verzoekers] , verzoekster,

gemachtigde: drs. J.P.A. Geerts,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom, verweerder.
Als derde partij hebben aan het geding deelgenomen:
[naam belanghebbende 1] ,te [woonplaats belanghebbende 1] ,
[naam belanghebbende 2] ,te [vestigingsplaats belanghebbende 2] ,
gemachtigde: mr. dr. ing. P. de Haan.

Procesverloop

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 19 november 2020 van het college (bestreden besluit) inzake de afwijzing van de aanvraag van verzoekster om [locatie gebouwen] in [plaats gebouwen] als gemeentelijk monument aan te wijzen. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 25 januari 2021. Verzoekster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en haar voorzitter [naam voorzitter] . Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door M.J Conradi en mr. J. van den Berg. Derde partij heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de voorzieningenrechter mondeling uitspraak gedaan.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat bij het nemen van een beslissing op een verzoek om voorlopige voorziening een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit een belangrijke rol speelt. Verder dient deze beslissing het resultaat te zijn van een belangenafweging, waarbij moet worden bezien of uitvoering van het bestreden besluit voor verzoeker een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering van dat besluit te dienen belang.
Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in de bodemzaak niet.
2. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekster met het indienen van het verzoek om voorlopige voorziening heeft willen voorkomen dat de gebouwen op [locatie gebouwen] in [plaats gebouwen] worden gesloopt.
Uit de brief van de gemachtigde van derde partijen van vrijdag 22 januari 2021 is de voorzieningenrechter gebleken dat op die dag door derde partij [naam belanghebbende 1] een aanvang is gemaakt met de sloop van de opstallen aanwezig op het perceel bij [locatie gebouwen] te [plaats gebouwen] . De opstallen zijn op zaterdag 23 januari 2021 nagenoeg geheel gesloopt.
Dit betekent dat verzoekster met haar verzoek om voorlopige voorziening niet langer kan voorkomen dat de gebouwen gesloopt worden. Het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening is hiermee komen te vervallen.
3. Nu er geen sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening, wordt het verzoek afgewezen.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. E.A. Vermunt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2021.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

]Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.