ECLI:NL:RBZWB:2021:4428

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 september 2021
Publicatiedatum
2 september 2021
Zaaknummer
AWB - 20 _ 7485
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27h AWRArt. 28 AWRAfdeling 8.2.6 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering waarde onroerende zaak en aanslag onroerendezaakbelasting 2020

De heffingsambtenaar stelde in februari 2020 de waarde van de woning aan een adres in Geertruidenberg vast op €243.000,- en legde daarop de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) 2020 vast. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze beschikking, maar dit bezwaar werd in juni 2020 ongegrond verklaard. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Tijdens de zitting op 12 augustus 2021, waarbij belanghebbende niet aanwezig was ondanks tijdige uitnodiging, bereikten partijen een compromis over de waarde van de woning. Zij kwamen overeen dat de waarde per peildatum 1 januari 2019 €204.000,- bedraagt, wat leidt tot vermindering van de aanslag OZB.

De rechtbank volgt dit compromis en verklaart het beroep gegrond. Daarnaast wordt de heffingsambtenaar verplicht het betaalde griffierecht van €48,- aan belanghebbende te vergoeden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat niet is gesteld of gebleken dat belanghebbende kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

Uitkomst: De waarde van de woning en de aanslag OZB 2020 worden verminderd tot €204.000,- en het griffierecht wordt vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer BRE 20/7485
uitspraak van 2 september 2021
Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats],

belanghebbende,
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Geertruidenberg,

de heffingsambtenaar.

Procesverloop

De heffingsambtenaar heeft in de beschikking van 29 februari 2020 de waarde van de onroerende zaak [adres 1] (hierna: de woning) voor het kalenderjaar 2020 vastgesteld op € 243.000,-, beschikkingsnummer [beschikkingsnummer]. In hetzelfde geschrift heeft de heffingsambtenaar ook de aanslag onroerende zaakbelasting 2020 bekendgemaakt, aanslagnummer [aanslagnummer] (hierna: aanslag OZB).
Belanghebbende heeft hiertegen bezwaar gemaakt. In de uitspraak op bezwaar van 8 juni 2020 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft hiertegen beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 augustus 2021 te Breda.
Aldaar is verschenen en gehoord, namens de heffingsambtenaar, [heffingsambtenaar].
Belanghebbende is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 6 juli 2021 op het adres [adres 1] te ([postcode]) [plaats], onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Belanghebbende is, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. Nu genoemde brief niet ter griffie is terugontvangen en uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 7 juli 2021 aan belanghebbende op genoemd adres is uitgereikt, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden.

Overwegingen

Gelet op de door de heffingsambtenaar ter zitting overgelegde stukken stelt de rechtbank vast dat partijen bij wijze van compromis overeenstemming hebben bereikt en wel in die zin dat naar hun oordeel de waarde in het economisch verkeer van de woning per waardepeildatum 1 januari 2019 nader moet worden vastgesteld op € 204.000,- en de aanslag OZB dienovereenkomst moet worden verminderd. De rechtbank heeft geen reden gezien om partijen hierin niet te volgen. Het beroep zal dan ook gegrond worden verklaard.
Aangezien het beroep gegrond is verklaard, dient de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht van € 48,- te vergoeden.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat niet is gesteld of aannemelijk is geworden dat belanghebbende kosten heeft gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;
  • vermindert de vastgestelde waarde tot € 204.000,-;
  • vermindert de aanslag OZB 2020 dienovereenkomstig;
  • gelast dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 48,- aan hem vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. de Leeuw van Weenen, griffier, op 2 september 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist (artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid AWR).

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,
5201 CZ ’s-Hertogenbosch.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.
Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.