Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 10 augustus 2021 van het College voor Toetsen en Examens, waarin zijn aanmelding voor het staatsexamen vwo geschiedenis werd afgewezen. Hij verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 2 september 2021 in Breda, waar verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren en verweerder zich via Skype liet vertegenwoordigen, heeft de voorzieningenrechter het verzoek behandeld. De voorzieningenrechter besloot dat nader onderzoek niet nodig was en sprak daarom gelijktijdig over het verzoek om voorlopige voorziening en het beroep.
De beroepsgronden richtten zich op de toepassing van de hardheidsclausule, die de voorzieningenrechter terughoudend toetste. Verweerder stelde dat er voldoende alternatieve examenmogelijkheden waren, die verzoeker om persoonlijke redenen niet heeft benut. De overige omstandigheden waren niet zodanig bijzonder dat het niet toelaten tot het staatsexamen tot een onbillijke situatie zou leiden.
De voorzieningenrechter volgde dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond, waardoor ook het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.