ECLI:NL:RBZWB:2021:444
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Veroordeling Sociale Verzekeringsbank in proceskosten na intrekking beroep A1-verklaring
De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees aanvankelijk de aanvraag van verzoeker voor een A1-verklaring af en trok eerder verstrekte A1-verklaringen in meerdere besluiten van 12 april 2019 in. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Zowel verzoeker als een betrokken B.V. stelden beroep in tegen deze besluiten. Tijdens de zitting op 25 augustus 2020 gaf de Svb aan de situatie opnieuw te zullen beoordelen, waarna de rechtbank het onderzoek schorste.
Op 3 september 2020 besloot de Svb alsnog een A1-verklaring te verstrekken over de periode van 16 oktober 2016 tot en met 31 december 2018. Hierop trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank de Svb te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank liet een zitting achterwege en oordeelde dat de Svb aan verzoeker was tegemoetgekomen, waardoor zij in de proceskosten veroordeeld kon worden.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op €1.068, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht, en wees erop dat het griffierecht van €47 door de Svb vergoed dient te worden zonder dat een veroordeling daarvoor nodig is. De uitspraak werd op 4 februari 2021 in het openbaar gedaan door rechter T. Peters.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Sociale Verzekeringsbank in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van €1.068.