ECLI:NL:RBZWB:2021:447
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking WIA-besluit
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle stelde beroep in tegen een besluit van het UWV van 25 juli 2019 over de toekenning van een WIA-uitkering aan een ex-werkneemster. Het UWV trok het bestreden besluit op 31 augustus 2020 in en kende alsnog een IVA-uitkering toe, waarmee het aan de verzoekster tegemoetkwam. Vervolgens trok de verzoekster het beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank besloot op grond van artikel 8:54, eerste lid, Awb, de behandeling van het verzoek ter zitting achterwege te laten. Op basis van artikel 8:75a, eerste lid, Awb oordeelde de rechtbank dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen en veroordeelde het UWV daarom in de proceskosten. Het griffierecht van €345 werd door het UWV reeds vergoed, zodat dit niet in de veroordeling werd opgenomen.
De proceskosten werden vastgesteld op €1.068,-- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, gebaseerd op de punten voor het indienen van het beroepschrift en het verschijnen ter zitting. De uitspraak werd gedaan door rechter V.M. Schotanus op 4 februari 2021 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van €1.068,-- na intrekking van het bestreden besluit en toekenning van een IVA-uitkering.