Belanghebbende, woonachtig in België, ontving een naheffingsaanslag parkeerbelasting van de gemeente Breda van €64,90 met een betalingstermijn van 14 dagen. De aanmaning met aanmaningskosten van €7 werd echter te vroeg verzonden, terwijl belanghebbende de aanslag binnen de termijn betaalde nadat hij deze daadwerkelijk had ontvangen. De rechtbank oordeelt dat de betalingstermijn begint te lopen vanaf het moment dat de aanslag de belanghebbende bereikt, wat door grensoverschrijdende postbezorging later was dan de dagtekening.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en vermindert de aanmaningskosten tot nihil. Tevens veroordeelt zij de heffingsambtenaar in de proceskosten van €1.068 en de Staat der Nederlanden tot vergoeding van immateriële schade van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank benadrukt dat de invorderingsambtenaar de aanmaning niet had mogen versturen omdat de aanslag binnen de wettelijke termijn was betaald. De vergoeding voor immateriële schade wordt toegekend vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van ruim drie maanden in de beroepsfase. De uitspraak is gedaan door rechter L.P. Hertsig en openbaar gemaakt op 6 september 2021.