ECLI:NL:RBZWB:2021:4497
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak productie amfetamine en afwijzing ontnemingsvordering wegens onvoldoende bewijs
Betrokkene was door het hof veroordeeld voor medeplegen van het aanwezig hebben van amfetamine-olie en voorbereidingshandelingen voor productie in maart-april 2013, maar vrijgesproken voor de productie zelf in die periode. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit productie voorafgaand aan maart 2013, ondanks de vrijspraak.
De rechtbank onderzocht of betrokkene betrokken was bij productie vóór 1 maart 2013 en of hij daaruit baten had verkregen. Hoewel er aanwijzingen waren dat in de loods amfetamine werd geproduceerd voorafgaand aan maart 2013, kon niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat betrokkene daarbij betrokken was. DNA-sporen op een gasmasker wezen op aanwezigheid, maar niet op productie in die periode.
De rechtbank concludeerde dat de aanwezigheid van materialen en amfetamine-olie in de latere periode niet zonder meer bewijs is voor productie voorafgaand aan 1 maart 2013. Ook kon niet worden vastgesteld dat betrokkene voordeel had genoten uit voorbereidingshandelingen waarvoor hij wel was veroordeeld. Daarom wees de rechtbank de ontnemingsvordering af en sprak betrokkene vrij in de hoofdzaak.
Uitkomst: Vrijspraak voor productie amfetamine en afwijzing van de ontnemingsvordering wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid voorafgaand aan 1 maart 2013.