ECLI:NL:RBZWB:2021:4505

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 september 2021
Publicatiedatum
8 september 2021
Zaaknummer
C/02/389211 / HA RK 21-188
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking op wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende onpartijdigheid

Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen kantonrechter M.E.I. Beudeker, belast met de behandeling van haar beroepschrift. Zij stelde dat zij niet wist met wie zij van doen had, omdat de rechter zich niet kon legitimeren als beëdigd rechter en slechts een Rijkspas toonde. Tevens betwistte zij het verbod op geluidsopnamen tijdens de zitting.

De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de onpartijdigheid van de rechter wordt vermoed tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. De kamer vond dat verzoekster geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die een schijn van vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor konden rechtvaardigen.

Het tonen van de Rijkspas werd onvoldoende geacht als bewijs van het ontbreken van beëdiging. Het verbod op geluidsopnamen was gebaseerd op de huisregels van de rechtbank, die op rechtspraak.nl zijn gepubliceerd. Omdat het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond was, werd een mondelinge behandeling achterwege gelaten en werd de zaak voortgezet in de stand van schorsing.

De beschikking werd uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit drie rechters op 3 september 2021.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kantonrechter Beudeker is kennelijk ongegrond verklaard en de zaak wordt voortgezet.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Wrakingskamer
Zittingsplaats: Middelburg
zaaknummer / rekestnummer: C/02/389211 / HA RK 21-188
Beschikking van 3 september 2021
op het wrakingsverzoek van
[naam verzoeker],
wonende te Bergen op Zoom,
verzoekster.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van mr. M.E.I. Beudeker voornoemd, hierna te noemen de rechter, belast met de behandeling van het door verzoekster ingediende beroepschrift met zaaknummer: 9271609 en CJIB-nummer: 9062 5422 3821 4179.
2.2.
Verzoekster legt aan haar verzoek tot wraking, blijkens het van de zitting opgemaakte proces-verbaal, het volgende ten grondslag:

Het wrakingsverzoek wordt gedaan omdat ik niet weet met wie ik van doen heb. Ik heb mijzelf netjes voorgesteld. Ik ben een levend mens van vlees en bloed. Ik ben door valse voorwendselen van de staat der Nederlanden vals in het systeem gezet. Ik ben jurist, ik verdedig mijzelf. U heeft zich ook voorgesteld. Uw naam is mij bekend, dat staat ook in de oproepingsbrief. Ik heb gevraagd of u zich wilt legitimeren zodat ik zeker weet dat u de persoon bent die u beweert te zijn. U laat mij uw Rijkspas zien. Daaraan kan ik niet zien of u beëdigd bent. Ik kan daaraan enkel zien dat u een rijksambtenaar bent. U beweert dat u een beëdigde rechter bent, maar u kunt dat niet bewijzen. Zolang dat niet kan worden bevestigd, weet ik niet met wie ik van doen heb. U kunt zich niet legitimeren als zijnde een beëdigde rechter. U hoort dat te kunnen tonen. Als niet aangetoond kan worden wat uw functie is wil ik niet verder. U begint al met dat ik niets mag opnemen. Het is een openbare zitting. Ik heb het recht om in een publieke zitting een geluidsopname te maken.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.
3.2.
Daarbij moet voorop worden gesteld dat, bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van een rechter, het uitgangspunt geldt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat een rechter ten aanzien van een partij een vooringenomenheid koestert, of dat een bij die partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.
3.3.
De wrakingskamer is van oordeel dat het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond is. Verzoekster heeft op geen enkele manier feitelijk onderbouwd dat sprake is geweest van enige schijn van vooringenomenheid, dan wel van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. De enkele omstandigheid dat de rechter zich ter zitting niet heeft gelegitimeerd als beëdigd rechter, anders dan door het tonen van haar Rijkspas, is daartoe onvoldoende. Dit geldt eveneens voor de mededeling van de rechter aan het begin van de zitting dat het maken van geluidsopnamen niet is toegestaan. Deze mededeling is gebaseerd op de Huisregels van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarin is bepaald dat het in de rechtbank verboden is om te filmen en foto’s en geluidsopnamen te maken. Deze Huisregels zijn kenbaar gemaakt op rechtspraak.nl. Uitgangspunt is derhalve dat zittingen niet mogen worden opgenomen.
Het wrakingsverzoek bevat verder ook geen feiten of omstandigheden die erop wijzen dat de rechterlijke onpartijdigheid van de rechter schade zou kunnen leiden.
3.4.
Omdat sprake is van een kennelijk ongegrond wrakingsverzoek laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege.

4.De beslissing

De wrakingskamer
4.1.
verklaart het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond,
4.2.
bepaalt dat de zaak met zaaknummer: 9271609 en CJIB-nummer 9062 5422 3821 4179 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens indiening van het wrakingsverzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit, mr. H.W.P.J. Hopmans en mr. J.A.J. van den Boom en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2021. [1]

Voetnoten

1.FM