ECLI:NL:RBZWB:2021:4507
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschrift dwangsom COVID-19
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een invorderingsbeschikking wegens overtreding van de Noodverordening COVID-19, maar zijn bezwaarschrift werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen gronden heeft aangevoerd ondanks de mogelijkheid tot aanvulling.
Verzoeker vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening om schorsing van het bestreden besluit te verkrijgen, met het oog op de dreigende openbare verkoop van zijn auto ter executie van het dwangbevel.
De voorzieningenrechter constateert dat het verzoek om schorsing alleen betrekking heeft op de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en dat verzoeker geen argumenten heeft aangevoerd waarom deze niet-ontvankelijkverklaring onterecht is. Hierdoor kan de rechter niet inhoudelijk toetsen op de dwangsom zelf.
Gelet hierop en de belangenafweging acht de voorzieningenrechter het verzoek ongegrond en wijst het af. De beslissing is definitief en er is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift wordt afgewezen.