Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
dieaan die [slachtoffer 1] toebehoorde
n, immers heeft hij verdachte en/of zijn mededaders
9,
68
Euroen
dieaan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorde
n, te weten aan [slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
520,00Euro, dat aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2]
€ 31.520,- die uit de bankafschriften blijkt. De rechtbank heeft beide verschrijvingen hersteld. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
etenlastegelegde feiten 1 tot en met 3.
Kleding en schoenen
Auto
Abonnementskosten telefoon
Kosten verblijf ziekenhuis, kosten vervoer behandelend sector en parkeerkosten behandeld sector
Medische kosten
Verlies van zelfwerkzaamheid
Kosten verzorging/begeleiding
Camera en geheugenkaart
Extra bed
Gemist woongenot
Conclusie materiele schade:
8.Het beslag
9.De vordering tot tenuitvoerlegging
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
een werkstraf van 240 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
120 dagen;
een jeugddetentie van 257 dagen, waarvan 180 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten
een werkstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen jeugddetentie.