Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
-formylamfetamine, BMK, amfetamine en APAAN bevatten. Het monster van het mes bevatte een lage concentratie BMK. Het monster van de plas vloeistof bevatte amfetamine, BMK en N-formyl-amfetamine.
tezamen en in vereniging met een ander
opzettelijk als degene die handelingen met betrekking tot
(chemisch(e)) afvalstof(fen) (bestaande uit het vervoeren van (chemisch(e))
afvalstof(fen) (afkomstig van drugsproductie), terwijl deze
onvoldoende waren verpakt waardoor vervolgens vloeibare (chemisch(e)) afvalstoffen op
het wegdek lekten en het dumpen van een vat
("IBC"vat) (chemisch(e)) afvalstoffen op de locatie Lange Steen t.h.v. [adres 2]
te Woensdrecht) en die wist(en), althans
redelijkerwijs had(den) kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het
milieu ontstonden of konden ontstaan;
2.
(Chemisch(e)) afvalstof(fen) in/op de bodem laten komenomstreeks 11 oktober 2018 te Woensdrecht, in elk geval de omgeving van Woensdrecht
tezamen en in vereniging met een ander
handelingen op de bodem heeft verricht, bestaande uit het neerleggen van (chemisch(e)) afvalstof(fen) (afkomstig van de
productie van synthetische drugs), waardoor de bodem kon worden verontreinigd
en/of aangetast - terwijl hij, verdachte, en zijn mededader, wisten
althans redelijkerwijs hadden kunnen vermoeden dat door die handelingen de
bodem kon worden verontreinigd en/of aangetast;
3.
omstreeks 11 oktober 2018
in Nederland,
een bestelbusauto (voorzien van het VIN nummer
[chassisnummer] ) heeft voorhanden gehad terwijl hij ten tijde van het voorhanden
krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
- de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36f, 47, 55, 57, 63 en 416 van het Wetboek van Strafrecht;
- de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;
- artikel 10.1 van de Wet Milieubeheer;
10.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het primair onder 3 tenlastegelegde feit;
een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;