ECLI:NL:RBZWB:2021:4552
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag tegemoetkoming Tijdelijke Overbruggingsregeling Flexibele Arbeidskrachten
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming op grond van de Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (Tofa), welke door het UWV is afgewezen omdat zij in april 2020 meer dan € 550,- aan loon heeft ontvangen. Eiseres betwist de afwijzing en stelt dat ook de maanden mei en juni in aanmerking genomen moeten worden, aangezien de regeling voor drie maanden geldt.
De rechtbank stelt vast dat de Tofa bewust is ingericht met eenvoudige en robuuste criteria, waarbij alleen de maand april 2020 als referentieperiode geldt. Dit is een bewuste keuze van de wetgever om de uitvoerbaarheid te waarborgen, ondanks dat dit kan leiden tot uitsluiting van bepaalde groepen die in de geest van de regeling wel recht zouden hebben op een tegemoetkoming.
De rechtbank oordeelt dat zij niet kan afwijken van de vastgestelde voorwaarden en dat er geen bijzondere persoonlijke omstandigheden zijn aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen. De toetsing beperkt zich tot de rechtmatigheid van het besluit en de naleving van algemene rechtsbeginselen, waarbij de rechtbank geen aanleiding ziet om het besluit te vernietigen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt zij de afwijzing van de aanvraag door het UWV. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van haar aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van de Tofa blijft in stand.