ECLI:NL:RBZWB:2021:457
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten
Verzoekers maakten bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg om een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van een bedrijfspand ten behoeve van tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten. Zij vorderden een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekers geen belanghebbenden zijn in de zin van artikel 1:2 Awb Pro. Dit omdat zij op meer dan 600 meter afstand wonen, er bebouwing, een brede groenstrook en een autoweg tussen hun woningen en de bouwlocatie liggen, en zij geen zicht hebben op de locatie. Ook de ruimtelijke uitstraling en de verkeersbewegingen leiden niet tot gevolgen van enige betekenis voor hun woon- en leefomgeving.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de ruimtelijke en milieugevolgen voor verzoekers dermate gering zijn dat zij geen persoonlijk belang hebben bij het besluit. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen omdat verzoekers geen belanghebbenden zijn.