Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Feiten en omstandigheden
Geschil
Procesbelang
Wettelijk kader
Oordeel rechtbank
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser diende op 10 december 2019 een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een hekwerk en afsluiten van een weg. Het college verzocht op 21 januari 2020 om nadere gegevens, maar ontving deze niet binnen de gestelde termijn. Vervolgens liet het college de aanvraag buiten behandeling. Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij de brief met het verzoek om aanvullende gegevens niet had ontvangen.
Het college verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat de brief correct was verzonden en dat het gebruik van een geautomatiseerd systeem en verzendadministratie dit ondersteunde. Het enkele feit dat eiser de brief niet ontving, was onvoldoende om het besluit onrechtmatig te achten.
De rechtbank benadrukte dat het college procedures moet kunnen beëindigen indien aan de voorwaarden niet wordt voldaan. Eiser had later een nieuwe aanvraag ingediend die wel inhoudelijk werd behandeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling laten van de aanvraag omgevingsvergunning is ongegrond verklaard.