Belanghebbende parkeerde op 24 juni 2019 een auto met kenteken [kenteken 1] aan de Rampweg te Renesse, een gebied waar parkeerbelasting geldt. Tijdens een controle werd vastgesteld dat voor deze auto geen parkeerbelasting was betaald. Belanghebbende stelde dat zij via een mobiel betaalsysteem de parkeerbelasting had voldaan, maar per ongeluk een ander kenteken ([kenteken 2]) had ingevoerd, terwijl de auto met dat kenteken elders geparkeerd stond.
De heffingsambtenaar betwistte dat de auto met kenteken [kenteken 2] op het moment van controle elders stond en handhaafde de naheffingsaanslag van € 63,90. De rechtbank overwoog dat de bewijslast voor het niet voldoen van de parkeerbelasting in eerste instantie bij de heffingsambtenaar ligt, maar dat belanghebbende tegenbewijs kan leveren. De verklaring van belanghebbende en een niet-ondertekende verklaring van een derde waren onvoldoende om aannemelijk te maken dat de parkeerbelasting voor het juiste voertuig was voldaan.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter T. Peters en griffier C.C. van den Berg op 17 september 2021.