ECLI:NL:RBZWB:2021:4633
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na wijziging besluit WAO-uitkering
Verzoeker stelde beroep in tegen het besluit van het UWV over de vaststelling van zijn WAO-uitkering voor de periode van 1 februari 2019 tot en met 30 april 2019. De rechtbank gaf het UWV in een tussenuitspraak de gelegenheid om een gebrek in het besluit te herstellen. Het UWV wijzigde daarop het besluit op 14 juli 2021.
Nadat het besluit was gewijzigd, trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoeker was tegemoetgekomen en veroordeelde het UWV daarom in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 2.404,00 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Daarnaast overwoog de rechtbank dat het griffierecht van € 48,00 door het UWV aan verzoeker moet worden vergoed op grond van de Awb, zodat een aparte veroordeling daarvoor niet nodig was. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 16 september 2021.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 2.404,00 na wijziging van het bestreden besluit.