ECLI:NL:RBZWB:2021:4696

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 september 2021
Publicatiedatum
20 september 2021
Zaaknummer
C/02/388859 / FA RK 21-3903
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging voornaam minderjarige ter erkenning genderidentiteit

De moeder van een 12-jarige minderjarige heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot wijziging van de voornaam van haar zoon. De minderjarige wordt al jarenlang als jongen gezien en aangesproken, gebruikt sinds 2019 de gewenste jongensnaam en ondergaat medische behandeling met puberteitsremmers. De biologische vader is niet in beeld en de moeder heeft het gezag.

De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld op het zwaarwegend belang van de minderjarige. Gezien zijn duidelijke en langdurige genderidentiteit, de medische ondersteuning en de psychologische adviezen, acht de rechtbank het belang voldoende zwaarwegend om de officiële voornaam te wijzigen.

De minderjarige heeft in een gesprek met de rechter bevestigd dat hij een jongen is en het vervelend vindt dat zijn officiële documenten nog de meisjesnaam bevatten. De rechtbank wijst het verzoek toe en beveelt de ambtenaar van de burgerlijke stand de voornaam in het geboorteregister te wijzigen.

De beschikking is op 20 september 2021 in het openbaar uitgesproken. Er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden via het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de voornaam van de minderjarige zodat deze overeenkomt met zijn genderidentiteit.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/388859 / FA RK 21-3903
datum uitspraak: 20 september 2021
beschikking over het wijzigen van een voornaam
in de zaak van
[verzoekster],
hierna te noemen moeder,
de moeder kiest ervoor dat gedaan wordt alsof zij op het kantooradres van haar advocaat woont,
advocaat: mr. M.E. Kok te Goes.
De moeder heeft een verzoek gedaan omdat zij de wettelijk vertegenwoordigster is van
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] .
Omdat [minderjarige] al jarenlang door iedereen in zijn omgeving als jongen wordt gezien en aangesproken zal de rechter dat in deze beschikking ook doen.

1.Het procesverloop

1.1
De rechtbank heeft de volgende post binnengekregen:
- het op 12 augustus 2021 ontvangen verzoek met bijlagen;
- de op 20 augustus 2021 ingekomen instemmingsverklaringen van de moeder en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Goes.
1.2
De moeder en de ambtenaar van de burgerlijke stand hebben aan de rechtbank laten weten dat zij een mondelinge behandeling van het verzoek niet nodig vinden.
1.3
[minderjarige] is uitgenodigd voor een gesprek met de rechter. Hij heeft op 14 september 2021 met haar gepraat. Aan het eind van het gesprek is ook de moeder aangesloten. De rechter heeft hen toen, omdat zij merkte hoe spannend het voor hen beiden was, direct verteld hoe zij er over dacht.

2.Het verzoek

Bij de geboorte heeft [minderjarige] de voornamen [naam 1] gekregen.
De moeder heeft, omdat [minderjarige] nog minderjarig is en zij dat daarom voor hem kan doen, de rechtbank gevraagd zijn voornaam ‘ [naam 1] ’ te wijzigen naar ‘ [naam 2] ’, zodat hij voortaan [naam 2] zal heten.
De moeder heeft alleen het gezag over [minderjarige] . Zijn biologische vader is niet in beeld.

3.De beoordeling

Kinderen krijgen bij hun geboorte namen van hun ouder(s). Die namen horen bij die ene persoon en daaraan is die persoon te herkennen. Ook staan die namen in de officiele papieren. Daarom mogen namen niet ‘zo maar’ veranderd worden. In de wet staat dat er een
voldoende zwaarwegend belangmoet zijn om de voornaam te wijzigen. De rechter moet dus beoordelen of het belang van [minderjarige] om ook officieel niet meer ‘ [naam 1] ’ maar ‘ [naam 2] ’ te heten, voldoende zwaarwegend is. Er staat in de wet geen leeftijdsgrens.
De advocaat van de moeder heeft het verzoek bij de rechtbank ingediend. De moeder geeft aan dat [minderjarige] al vanaf zijn vierde jaar erover praat dat hij een jongen is. Hij gebruikt vanaf mei 2019 al de voornaam [naam 2] en wordt door iedereen behandeld en gezien als een jongen. Hij is onder behandeling van het [naam 3] en gebruikt al meer dan een jaar puberteitsremmers. [minderjarige] is absoluut zeker van zijn wens. Hij is een jongen en daar past de voornaam [naam 2] bij. Hij heeft er last van als hij toch weer met de meisjesnaam [naam 1] wordt geconfronteerd. Ook de behandelend psycholoog van [minderjarige] vindt het belangrijk voor hem dat zijn voornaam officieel gewijzigd wordt.
[minderjarige] heeft in zijn gesprek met de rechter verteld dat hij weet dat hij een jongen is. Als iemand nu zijn id-kaart ziet moet hij steeds het verhaal uitleggen en dat vindt hij vervelend. De naam [naam 2] heeft hij zelf gekozen.
De rechter heeft de papieren die de advocaat heeft gestuurd goed gelezen. Zij vond het fijn om ook zelf even met [minderjarige] te praten. Zij is van oordeel dat [minderjarige] en zijn moeder er goed over nagedacht hebben. [minderjarige] wil dit al erg lang en heeft verteld hoe vervelend het voor hem is om nog officieel een meisjesnaam te hebben, terwijl hij een jongen is. Ook vindt de rechter het belangrijk om te weten dat de artsen die [minderjarige] behandelen hem al meer dan een jaar lang puberteitsremmers voorschrijven en dat zijn psycholoog ook achter dit verzoek staat. Daarom vindt de rechter dat het verzoek moet worden toegewezen omdat dit in het belang van [minderjarige] is.

4.De beslissing

De rechtbank
wijzigt de voornaam ‘ [naam 1] ’ in de voornaam ‘ [naam 2] ’;
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Goes in de akte met nummer 100867 van het jaar 2008 van het onder hem berustende register van geboorten de voornamen van
[naam 1], geboren in de gemeente [geboorteplaats] op [geboortedag] 2008, te wijzigen in
[naam 2].
Deze beschikking is gegeven door mr. A.R. van Triest, rechter, en kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2021 in tegenwoordigheid van W. Bakker-Maljers.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.