ECLI:NL:RBZWB:2021:4700
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens te late inburgering en terugbetaling DUO-lening bevestigd ondanks psychische klachten
Eiser was sinds 13 april 2015 inburgeringsplichtig en had tot 27 september 2018 de tijd om aan deze plicht te voldoen. Op die datum was eiser niet ingeburgerd, had geen examenpogingen gedaan en geen cursusuren gevolgd. Verweerder legde op 22 november 2018 een boete van €1.250 op en verlengde de inburgeringstermijn tot 27 september 2020. Eiser maakte bezwaar tegen de boete en de terugbetaling van de DUO-lening, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard.
Eiser stelde dat zijn psychische klachten, dakloosheid en detentie hem verhinderden tijdig in te burgeren, en dat de inburgeringstermijn daarom had moeten worden verlengd. Verweerder liet medisch advies opstellen waaruit bleek dat de psychische stoornissen pas in 2020 waren vastgesteld, na de inburgeringstermijn. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende onderbouwing leverde voor een verlenging en dat verweerder terecht het advies als basis voor zijn besluit nam.
Verder stelde eiser dat de boete onevenredig was, maar de rechtbank vond dat hij onvoldoende bewijs had geleverd van een zwakke financiële positie. De boete werd daarom niet gematigd. De rechtbank concludeerde dat eiser niet tijdig had ingeburgerd en dat de boete en terugbetalingsplicht terecht zijn opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete en terugbetalingsplicht van de DUO-lening.