ECLI:NL:RBZWB:2021:4701
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering Verklaring Omtrent het Gedrag voor ambulancechauffeur na veroordeling kinderpornografie
Eiser heeft op 21 april 2020 een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aangevraagd voor de functie van ambulancechauffeur, welke door verweerder is geweigerd op grond van een eerdere veroordeling van 25 juni 2015 voor vier gevallen van bezit en/of verspreiding van kinderpornografie. Verweerder heeft het objectieve criterium toegepast en geoordeeld dat de strafbare feiten een belemmering vormen voor de uitoefening van de functie, mede vanwege het risico van misbruik van een gezags- of afhankelijkheidsrelatie.
Eiser voerde aan dat er geen verband bestaat tussen zijn veroordeling en de functie, dat hij nooit alleen is met een patiënt en dat niet alle zedendelicten gelijk behandeld moeten worden. Ook wees hij op een eerdere verkregen VOG voor een andere functie en stelde dat verweerder onvoldoende rekening hield met de juiste functieomschrijving. De rechtbank oordeelde dat verweerder zich redelijk op het standpunt kon stellen dat het objectieve criterium was vervuld, gezien het risico op contact met minderjarigen en de aard van het delict.
Ten aanzien van het subjectieve criterium stelde eiser dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder vrijwillige behandelingen voor PTSS en een laag risico op recidive volgens het reclasseringsrapport. Verweerder stelde dat deze omstandigheden wel waren meegewogen, maar dat het belang van de samenleving zwaarder woog gezien de ernst en recentheid van het delict. De rechtbank vond dat verweerder dit belang terecht zwaarder heeft gewogen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de VOG wordt ongegrond verklaard vanwege het risico dat de veroordeling vormt voor de functie van ambulancechauffeur.