Belanghebbende heeft voor de jaren 2013, 2014 en 2015 te laat aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen gedaan. De inspecteur heeft daarop ambtshalve aanslagen opgelegd en later verminderingsbeschikkingen met correcties op de zelfstandigenaftrek en WOZ-waarde van de eigen woning voor 2014.
Belanghebbende betwist de correcties en stelt dat hij aan het urencriterium voldoet en aanspraak maakt op niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek uit voorgaande jaren. De rechtbank constateert dat belanghebbende geen onderbouwing heeft geleverd voor deze stellingen, ondanks uitnodigingen en herinneringen.
De inspecteur heeft gemotiveerd betwist dat aan het urencriterium is voldaan en dat er niet-gerealiseerde aftrek bestaat. De rechtbank concludeert dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij aan het urencriterium voldoet en dat er sprake is van niet-gerealiseerde aftrek.
Daarom verklaart de rechtbank de beroepen ongegrond en ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Bastiaansen op 24 september 2021 en openbaar gemaakt via Rechtspraak.nl.