ECLI:NL:RBZWB:2021:4735

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 september 2021
Publicatiedatum
21 september 2021
Zaaknummer
BRE-20_8637_8638
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroepen niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht in belastingzaak

De belastingplichtige, vertegenwoordigd door een gemachtigde, heeft beroep ingesteld tegen uitspraken op bezwaar met betrekking tot belastingaanslagen. De rechtbank heeft vastgesteld dat het griffierecht van € 354,00 niet is betaald, ondanks meerdere schriftelijke aanmaningen en verzendingen van brieven, waaronder aangetekende post.

De griffier heeft de aanmaningen meerdere malen verzonden, maar deze zijn telkens retour ontvangen met de aantekening dat er geen contract is met de levende mens. De rechtbank concludeert dat het griffierecht niet is voldaan en verklaart de beroepen daarom niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld bij de rechtbank, waarbij de indiener kan verzoeken om te worden gehoord.

De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier P. van der Hoeven op 24 september 2021 en openbaar gemaakt via Rechtspraak.nl.

Uitkomst: De beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummers BRE 20/8637 en 20/8638
uitspraak van 24 september 2021
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gedingen tussen
[gesteld gemachtigde] ,die heeft gesteld het beroepschrift te hebben ingediend namens
[bedrijf], gevestigd te [vestigingsplaats] ,
belanghebbende,
en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.
1. Motivering
1.1.
[gesteld gemachtigde] (hierna: de gesteld gemachtigde) heeft een beroepschrift ingediend betreffende de uitspraken op bezwaar met aanslagnummer [aanslagnummer] M.0 en [aanslagnummer] M.0.2 van [bedrijf] (hierna: de belastingplichtige).
1.2.
Voor dit beroep is belastingplichtige eenmaal griffierecht verschuldigd van € 354,00. De griffier heeft de gesteld gemachtigde daarover schriftelijk geïnformeerd.
1.3.
De enveloppe waarin de nota voor het griffierecht is verzonden, is ter griffie terugontvangen, met daarop de aantekening
“Retour, want géén contract met de levende mens.!!”
1.4.
De griffier heeft de gesteld gemachtigde in een aangetekende brief van 3 juni 2021 nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. De brief vermeldt dat niet-ontvankelijkverklaring kan volgen, indien het griffierecht niet binnen vier weken na dagtekening van de brief is overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgeleverd op het door de gesteld gemachtigde opgegeven adres. De enveloppe waarin deze brief is verzonden, is ter griffie terugontvangen, met daarop dezelfde hiervoor aangehaalde aantekening.
1.5.
Vervolgens heeft de griffier de brief bij gewone post op 15 juni 2021 nogmaals aan de gesteld gemachtigde verzonden. Ook deze brief is (geopend) ter griffie retour ontvangen met dezelfde hiervoor aangehaalde aantekening.
1.6.
Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. De beroepen zijn daarom kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb.
1.7.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 24 september 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.