ECLI:NL:RBZWB:2021:4789
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde bedrijfspand en bezwaar tegen aanslag onroerendezaakbelasting 2020
Belanghebbende is eigenaar van een bedrijfspand aan een adres te Breda en betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van €1.026.000 voor het kalenderjaar 2020. Belanghebbende stelt dat de waarde maximaal €634.480 bedraagt. De heffingsambtenaar baseert zijn waarde op een taxatierapport van 29 juli 2021, waarin de huurwaarde-kapitalisatiemethode is toegepast met referentieobjecten op hetzelfde bedrijventerrein.
Belanghebbende voert onder meer aan dat de gebruikte oppervlaktematen onjuist zijn, dat de verhouding tussen bedrijfs- en kantoorruimte van referentieobjecten niet vergelijkbaar is, dat buitenruimte niet is meegenomen en dat de huurwaarde onjuist is vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat de taxateur consequent de bruto vloeroppervlakte hanteert en dat de verschillen met de door belanghebbende aangevoerde gegevens uit brochures onvoldoende onderbouwd zijn.
De rechtbank stelt vast dat de gebruikte vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn qua ligging, type, bouwjaar en uitstraling. Ook is de waardestijging ten opzichte van voorgaande jaren verklaarbaar door een algemene waardeverhoging op het bedrijventerrein. De heffingsambtenaar heeft met het taxatierapport aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt zij de vastgestelde WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting 2020 wordt ongegrond verklaard.