Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[belanghebbende], wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
A.F.M.J. Verhoeven diende namens een belanghebbende een beroepschrift in tegen een aanmaning en invorderingsrente opgelegd door de Belastingdienst. De rechtbank Oost-Brabant stuurde het beroepschrift door naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant wegens bevoegdheid.
Het beroepschrift voldeed niet aan de vereisten van artikel 6:5 Awb Pro, omdat het geen schriftelijke machtiging bevatte en niet mede-ondertekend was door de belastingplichtige, noch was de indiener advocaat. Tevens ontbrak een motivering van het beroep.
De griffier gaf de gemachtigde meerdere kansen om deze verzuimen te herstellen, onder meer via brieven van 12 mei en 15 juni 2021, met duidelijke waarschuwingen over mogelijke niet-ontvankelijkheid. Ondanks ontvangst van deze brieven werden de tekortkomingen niet hersteld.
De rechtbank oordeelde dat onder deze omstandigheden het beroep niet-ontvankelijk verklaard moest worden op grond van artikel 6:6 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 24 september 2021 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van schriftelijke machtiging en motivering.