ECLI:NL:RBZWB:2021:4813

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 september 2021
Publicatiedatum
24 september 2021
Zaaknummer
BRE-21_2578_2579
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:73 AwbWet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake zelfstandig schadebesluit navorderingsaanslagen 2017

Belanghebbenden maakten bezwaar tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2017 en vroegen tevens een proceskostenvergoeding en schadevergoeding.

De bezwaren werden bij uitspraak op bezwaar gegrond verklaard en een beperkte kostenvergoeding toegekend. Het verzoek om schadevergoeding werd door de Staatssecretaris van Financiën afgewezen, waarna belanghebbenden hiertegen bezwaar maakten dat door de verweerder als beroepschrift werd aangemerkt en aan de rechtbank voorgelegd.

De rechtbank oordeelde dat het hier ging om een zelfstandig schadebesluit en dat op grond van het overgangsrecht artikel 8:73 Awb Pro nog van toepassing is, waardoor een veroordeling tot schadevergoeding alleen bij een gegrond beroep mogelijk is.

De rechtbank stelde vast dat zij niet bevoegd is om over dit zelfstandig schadebesluit te oordelen en dat ook de algemene bestuursrechter niet bevoegd is, zodat de civiele rechter exclusief bevoegd is.

Daarom verklaarde de rechtbank zich onbevoegd en zag af van het heffen van griffierecht of het opleggen van een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het zelfstandig schadebesluit en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummers BRE 21/2578 en BRE 21/2579
uitspraak van 27 september 2021
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gedingen tussen
[belanghebbende 1], wonende te [woonplaats] ,
[belanghebbende 2], wonende te [woonplaats] ,
belanghebbenden,
en
de Staatssecretaris van Financiën,
verweerder.

1.Motivering

Zelfstandig schadebesluit
1.1.
Belanghebbenden hebben bezwaar gemaakt tegen de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2017 met aanslagnummers [aanslagnummer 1] H.77.01 en [aanslagnummer 2] H.77. Belanghebbenden hebben daarbij verzocht om een proceskostenvergoeding van € 1.355,20.
1.2.
Bij uitspraken op bezwaar van (kennelijk) 21 april 2020 zijn de bezwaren van belanghebbenden gegrond verklaard en is er een kostenvergoeding toegekend ten bedrage van € 261 per belanghebbende.
1.3.
Belanghebbenden hebben een verzoek om een schadevergoeding ingediend ten bedrage van € 1.275. De verweerder heeft dit verzoek bij brief van 8 juni 2020 afgewezen.
1.4.
Bij brief van 26 mei 2021 reageren belanghebbenden op de afwijzing van 8 juni 2020. De verweerder heeft deze reactie aangemerkt als een beroepschrift en dit beroepschrift doorgezonden naar de rechtbank omdat de rechtbank bevoegd zou zijn om dit beroepschrift in behandeling te nemen.
1.5.
De rechtbank is van oordeel dat het hier gaat om een zogenoemd zelfstandig schadebesluit. In onderhavige zaak is op grond van overgangsrecht [1] , het vervallen artikel 8:73 van Pro de Awb nog van toepassing. Volgens dit artikel is een veroordeling tot betaling van schadevergoeding alleen mogelijk bij een gegrond beroep.
1.6.
De belastingrechter is echter niet bevoegd te beslissen over een zelfstandig schadebesluit [2] . Aangezien ook de algemene bestuursrechter niet bevoegd is [3] , is de civiele rechter bevoegd te oordelen over onderhavig verzoek.
1.7.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, is ervan afgezien om griffierecht te heffen.

2.Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 27 september 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Voetnoten

1.Artikel V van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten, Stb. 2013,50