Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 22 april 2020 van Baanbrekers inzake een bijstandsuitkering in de vorm van een geldlening. Het beroepschrift werd op 11 juni 2020 ontvangen, terwijl de beroepstermijn eindigde op 9 juni 2020. De gemachtigde van eiser voerde aan dat het besluit te laat werd opgemerkt door een verkeerd dossier en beperkte kantoorbezetting door Covid-19.
De rechtbank stelt vast dat de termijn voor het indienen van het beroep een fatale termijn is en dat overschrijding alleen verschoonbaar is bij zeer bijzondere omstandigheden. De aangevoerde redenen worden niet als zodanig erkend, aangezien het de verantwoordelijkheid van de gemachtigde is om tijdig zijn post te controleren.
Op grond van de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Awb wordt het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard en zonder inhoudelijke behandeling afgedaan. Partijen kunnen nog verzet instellen binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.