ECLI:NL:RBZWB:2021:4860

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 september 2021
Publicatiedatum
28 september 2021
Zaaknummer
C/02/389857 / HA RK 21-194
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard door wrakingskamer

Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de leden van de wrakingskamer die het verzoek tot wraking van mr. J.W. Ponds behandelden. Zij stelden dat de wrakingskamer partijdig zou zijn door het plannen van de zitting tijdens hun vakantieperiode zonder voldoende onderbouwing.

De wrakingskamer toetste het verzoek aan artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en benadrukte de vermoede onpartijdigheid van rechters. Er moest sprake zijn van een uitzonderlijke omstandigheid die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid oplevert.

Uit de correspondentie bleek dat verzoekers tijdig werden gevraagd om hun verhinderingen door te geven, maar zij gaven slechts op dat zij tot 5 oktober 2021 verhinderd waren. De wrakingskamer wees het verzoek tot uitstel af op grond van het wrakingsprotocol dat een behandeling binnen twee weken na ontvangst voorschrijft.

De wrakingskamer oordeelde dat de beslissing tot voortzetting van de behandeling binnen de termijn niet onbegrijpelijk was en geen aanwijzing gaf voor partijdigheid. Het wrakingsverzoek werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de behandeling van de onderliggende zaak werd hervat in de stand van schorsing.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek werd kennelijk ongegrond verklaard en de behandeling van de onderliggende zaak werd voortgezet.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Wrakingskamer
Middelburg
zaaknummer / rekestnummer: C/02/389857 / HA RK 21-194
Beschikking van 21 september 2021
in de zaak van

1.[verzoeker 1],

2.
[verzoeker 2],
beiden wonende te Etten-Leur,
verzoekers,
gemachtigde: UnitedLegal.

1.Het procesverloop

  • het wrakingsverzoek ontvangen bij e-mail van 15 september 2021,
  • de mededelingen van mr. K.M. de Jager, mr. B.J. Duinhof en mr. R.P. Broeders dat zij niet in de wraking berusten.

2.De beoordeling

2.1.
Verzoekers verzoeken wraking van de leden van de wrakingskamer die hun verzoek tot wraking van mr. J.W. Ponds in behandeling heeft. Verzoekers leggen aan hun verzoek ten grondslag dat de wrakingskamer van de schijn van partijdigheid laat blijken door het opzettelijk plannen, zonder enige steekhoudende onderbouwing, van de zitting van de wrakingskamer in de vakantie van verzoekers in plaats van op een redelijke datum vanaf 6 oktober 2021.
2.2.
Op grond van artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering kan op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.
2.3.
De wrakingskamer stelt voorop dat bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van een rechter het uitgangspunt geldt dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Een uitzonderlijke omstandigheid kan een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat een rechter jegens een procespartij vooringenomenheid koestert, of dat een bij een partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.
2.4.
Uit de correspondentie voorafgaand aan het plannen van de behandeling van het wrakingsverzoek tot wraking van mr. J.W. Ponds blijkt het navolgende. Het verzoek tot wraking is gedaan bij e-mailbericht van dinsdag 31 augustus 2021. De griffier heeft verzoekers bij e-mailbericht van woensdag 1 september 2021 verzocht om verhinderdata op te geven in verband met de planning van de behandeling van het wrakingsverzoek. Daarbij heeft de griffier vermeld dat ingevolge het wrakingsprotocol van deze rechtbank bij de vaststelling van de dag van behandeling uitgangspunt is dat de behandeling binnen twee weken na de ontvangst van het verzoek plaatsvindt en dat daarbij, zo lang daarmee geen afbreuk wordt gedaan aan de behandeling binnen voormelde termijn, zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de door de verzoekers en gewraakte rechter(s) opgegeven verhinderdata. Verzoekers hebben bij e-mailbericht van diezelfde datum meegedeeld dat zij tot 5 oktober 2021 in verband met vakantie verhinderd zijn. Bij e-mailbericht van donderdag 2 september 2021 heeft de griffier gewezen op het uitgangspunt dat een wrakingsverzoek binnen twee weken nadat het is ingediend wordt behandeld en meegedeeld dat het verzoek om aanhouding van de behandeling daarom wordt afgewezen. De griffier heeft verzoekers nogmaals, tot uiterlijk vrijdag 3 september 2021 vóór 12.00 uur, in de gelegenheid gesteld verhinderdata op te geven. Dat hebben verzoekers niet gedaan.
2.5.
De beslissing van (de voorzitter van) de wrakingskamer de behandeling van het wrakingsverzoek niet aan te houden is een procesbeslissing. Een procesbeslissing vormt geen grond voor wraking. Dit is anders indien die beslissing dermate onbegrijpelijk is dat deze een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de rechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert, althans dat een bij een partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Door verzoekers zijn geen feiten en/of omstandigheden gesteld op grond waarvan moet worden aangenomen dat daarvan sprake is. Er is geen sprake van een zonder enige steekhoudende onderbouwing genomen beslissing. De beslissing de behandeling niet tot na 5 oktober 2021 aan te houden is gebaseerd op de in het wrakingsprotocol van deze rechtbank gehanteerde termijn waarop een verzoek wordt behandeld. Dit is aan verzoekers meegedeeld. De door verzoekers opgegeven reden voor aanhouding is geen aanleiding om van deze termijn af te wijken. De wrakingskamer is dan ook van oordeel dat het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond moet worden verklaard.
2.6.
Omdat sprake is van een kennelijk ongegrond wrakingsverzoek laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege.

3.De beslissing

De wrakingskamer
3.1.
verklaart het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond,
3.2.
bepaalt dat de behandeling van het wrakingsverzoek in de zaak met nummer: 9094777 \ CV EXPL 21-913 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens indiening van het verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. ing. Th. Peters, mr. C. Kool en mr. J.A.J. van den Boom en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2021.
MdB