ECLI:NL:RBZWB:2021:4984

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 oktober 2021
Publicatiedatum
1 oktober 2021
Zaaknummer
BRE-21_2523
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroepschrift wegens overschrijding beroepstermijn in belastingzaak

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen uitspraken op bezwaar inzake naheffingsaanslagen loonheffingen, Zorgverzekeringswet-bijdrage en premies werknemersverzekeringen over de jaren 2016, 2017 en delen van 2018, inclusief een opgelegde boete.

De rechtbank beoordeelt de tijdigheid van het beroepschrift. De wettelijke beroepstermijn van zes weken eindigde op 9 juni 2021. Het beroepschrift is op 8 juni 2021 gedateerd, maar pas op 15 juni 2021 ontvangen, met een poststempel van 14 juni 2021. Hierdoor is niet aannemelijk dat het tijdig ter post is bezorgd.

Omdat de beroepstermijn van openbare orde is, leidt overschrijding zonder verschoonbare redenen tot niet-ontvankelijkheid. Belanghebbende heeft geen redenen aangevoerd die de termijnoverschrijding rechtvaardigen. Daarom verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroepschrift niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummers BRE 21/2523 en 21/2525 tot en met 21/2527
uitspraak van 8 oktober 2021
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gedingen tussen

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] ,

belanghebbende,
en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.

Motivering

Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de uitspraken op bezwaar tegen de naheffingsaanslagen loonheffingen, bijdrage Zorgverzekeringswet en premies werknemersverzekeringen over de jaren 2016 en 2017 en de tijdvakken 1 januari 2018 tot en met 12 augustus 2018 en 31 juli 2018 tot en met 31 december 2018 met aanslagnummers [aanslagnummer] 00439, [aanslagnummer] 00440, [aanslagnummer] 00441 en [aanslagnummer] 00050 en de bij beschikking opgelegde boete.
De uitspraken op bezwaar hebben als dagtekening 28 april 2021. Er zijn geen aanwijzingen dat verzending aan belanghebbende pas na die dagtekening heeft plaatsgevonden.
De wettelijke termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn eindigde op 9 juni 2021. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Ook is het beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
Het beroepschrift met dagtekening 8 juni 2021 is weliswaar op 15 juni 2021, dus binnen een week na afloop van de termijn, ontvangen bij de rechtbank. Maar het is gelet op de datum van de poststempel (14 juni 2021) en in tegenstelling van wat belanghebbende aanvoert niet aannemelijk dat het beroepschrift voor het einde van de termijn ter post is bezorgd.
De beroepstermijn is van openbare orde. Dit betekent dat bij een termijnoverschrijding een niet-ontvankelijkverklaring moet volgen. Dat is alleen anders indien “redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest”, oftewel indien de termijnoverschrijding ‘verschoonbaar’ is.
Belanghebbende heeft verder geen redenen aangevoerd voor de overschrijding van de beroepstermijn. Er zijn dus geen omstandigheden komen vast te staan op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De beroepen zijn dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 8 oktober 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.