Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Overwegingen
3.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde van een agrarisch perceel met opstallen vastgesteld op €77.000 voor het kalenderjaar 2020. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waarde, stellende dat de waarde te hoog is en maximaal €58.294 zou moeten bedragen. De heffingsambtenaar handhaafde de vastgestelde waarde, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat het geschil zich beperkt tot de waarde van de grond, aangezien partijen het eens zijn over de waarde van de opstallen. De taxateur baseerde de waardering op de landelijke taxatiewijzer agrarische gronden, waarbij een grondstaffel is toegepast die rekening houdt met verschillende waardes per vierkante meter afhankelijk van de grootte van het perceel. De taxateur heeft een voor belanghebbende gunstige methode toegepast, met een aftrek van 10% vanwege de matige ligging.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar de grondwaarde niet te hoog heeft vastgesteld, mede omdat de taxatiewijzer uitgaat van algemene marktgegevens en de gebruikte methode ruimer is dan gebruikelijk. Belanghebbende kon zijn lagere grondwaarde van €6,50 per m² onvoldoende onderbouwen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €77.000 wordt ongegrond verklaard.