Eiser, voormalig machinebediende, werd na 30 jaar dienstverband in 2017 ontslagen en ontving een WW-uitkering. Vanaf april 2018 meldde hij zich ziek vanwege psychische en rugklachten, waarna het UWV een Ziektewet-uitkering toekende. In maart 2020 weigerde het UWV een WIA-uitkering toe te kennen, wat eiser betwistte.
De rechtbank baseert zich op medische rapportages van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige. De verzekeringsarts b&b concludeerde dat eiser niet volledig arbeidsongeschikt is en dat zijn beperkingen passend zijn vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De vermeende PTSS werd niet erkend als reden voor aanvullende beperkingen. Ook de rugklachten werden niet als zodanig ernstig beoordeeld dat extra beperkingen noodzakelijk waren.
Eiser stelde dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan en dat de arbeidsdeskundige de belastbaarheid verkeerd had ingeschat. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies passend waren. De mate van arbeidsongeschiktheid werd berekend op minder dan 35%, waardoor geen recht op WIA-uitkering bestaat.
Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter L.P. Hertsig op 29 september 2021.