Uitspraak
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen vennootschapsbelasting (vpb) over de jaren 2015, 2017 en 2018 en de daarbij opgelegde verzuimboetes. De inspecteur verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn, maar beoordeelde ze ambtshalve en handhaafde de boetes. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in tegen de uitspraken op bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat de beroepen tegen de uitspraken op bezwaar over 2015 en 2017 niet-ontvankelijk zijn wegens overschrijding van de beroepstermijn, die van openbare orde is. De termijnoverschrijding werd niet als verschoonbaar beschouwd, ondanks dat belanghebbende verwees naar eerdere correspondentie en boekenonderzoeken. Ook het bezwaar over 2018 werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.
Daarnaast verklaarde de rechtbank zich onbevoegd voor zover de beroepen betrekking hadden op ambtshalve beslissingen, omdat deze niet vatbaar zijn voor bezwaar of beroep bij de fiscale bestuursrechter. De rechtbank kwam daardoor niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de verzuimboetes en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De beroepen tegen de uitspraken op bezwaar over 2015 en 2017 zijn niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding; het beroep over 2018 is ongegrond; de rechtbank is onbevoegd voor ambtshalve beslissingen.