Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Overwegingen
3.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende was gebruiker van een garagebox waar hemelwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering werd geloosd. De gemeente legde een aanslag rioolheffing op voor de periode van 15 februari 2019 tot en met 31 december 2019. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag, stellende dat hij onterecht als enige moest betalen, terwijl andere gebruikers, zoals zijn zoon, geen aanslag ontvingen.
De heffingsambtenaar handhaafde de aanslag en betwistte dat andere gebruikers geen aanslag hadden ontvangen. De rechtbank oordeelde dat de aanslag conform de wettelijke bepalingen was opgelegd en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat andere gebruikers geen aanslag hadden ontvangen. Hierdoor faalde zijn betoog.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter I.M. Josten op 7 oktober 2021 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de aanslag rioolheffing.