Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) van 18 maart 2020 betreffende de herberekening van gezinsbijslag voor haar kind. De Svb had eerder vier primaire besluiten genomen over verschillende perioden, waarbij nabetalingen werden vastgesteld. Eiseres maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarvan slechts het bezwaar tegen het vierde besluit (eerste kwartaal 2020) gegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar tegen het eerste primaire besluit niet-ontvankelijk is omdat hierover reeds eerder bezwaar was gemaakt. De bezwaren tegen het tweede en derde primaire besluit zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder geldige reden. De rechtbank acht het beroep tegen deze beslissingen ongegrond.
Ten aanzien van het vierde primaire besluit heeft de Svb het bezwaar van eiseres gegrond verklaard en haar recht op volledige gezinsbijslag over het eerste kwartaal van 2020 toegekend. De rechtbank constateert dat eiseres geen procesbelang meer heeft bij het beroep tegen dit besluit, omdat zij reeds volledig is tegemoetgekomen.
De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk voor zover het gericht is tegen de gegrondverklaring van het bezwaar en ongegrond voor zover het gericht is tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.