ECLI:NL:RBZWB:2021:5081
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Peters
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na wijziging Ziektewet-uitkering
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewet-uitkering met ingang van 26 mei 2019 te beëindigen. Het UWV heeft dit besluit bij een nieuw besluit van 21 mei 2021 gewijzigd, waardoor de uitkering ongewijzigd werd voortgezet vanaf genoemde datum. Hierna heeft verzoekster haar beroep ingetrokken en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten.
De rechtbank heeft het verzoek om proceskostenveroordeling behandeld zonder zitting, op basis van de schriftelijke stukken en de toepasselijke wettelijke bepalingen. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten indien het bestuursorgaan aan de indiener van het beroep tegemoet is gekomen.
De rechtbank oordeelt dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen door het besluit te wijzigen en veroordeelt het UWV daarom in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 1.870,-. Daarnaast dient het UWV het griffierecht van € 47,- te vergoeden op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.870,-.