Eiseres exploiteert een melkveebedrijf en kreeg bestuurlijke boetes opgelegd door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wegens overschrijding van de gebruiksnorm dierlijke meststoffen en fosfaatgebruiksnorm in 2015. De boetes werden opgelegd na een strafrechtelijk onderzoek en een bedrijfscontrole.
Eiseres voerde aan dat de zogenaamde toleranties en handhavingsmarges ten tijde van de overtredingen niet openbaar waren en dat de afvoer van twee vrachten mest op 20 november 2015 wel degelijk had plaatsgevonden. De rechtbank oordeelde dat de marges tijdig bekend waren bij het moment van het boetebesluit en dat de minister terecht uitvoering gaf aan eerdere jurisprudentie. De inspectiegegevens toonden echter aan dat de geregistreerde vrachten niet daadwerkelijk waren afgevoerd, wat eiseres onvoldoende aannemelijk maakte.
De rechtbank stelde vast dat de minister terecht de twee vrachten niet als afvoer had meegeteld, waardoor de overschrijding van de gebruiksnorm en fosfaatgebruiksnorm vaststond. De rechtbank matigde de boete met 50% voor de fosfaatoverschrijding conform het boetebeleid en met 5% wegens overschrijding van de redelijke beslistermijn. De totale boete werd vastgesteld op €31.828,69. Tevens werd het griffierecht en de proceskosten aan eiseres toegekend.