Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[minderjarige] , voornoemd,
[moeder] , hierna te noemen de moeder,
Het (verdere) procesverloop
De feiten
De verzoeken
De standpunten
De beoordeling
De beslissing
’s-Hertogenbosch.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek tot verlenging van ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die momenteel woont bij haar grootouders van moederszijde. Tevens werd een verzoek tot gedeeltelijke gezagstoekenning aan de gecertificeerde instelling (GI) behandeld, specifiek voor de aanmelding bij een onderwijsinstelling.
De minderjarige wil graag een opleiding volgen die aansluit bij haar doel om game design te studeren, maar het contact met haar moeder verloopt moeizaam door een slechte relatie tussen moeder en grootouders. De GI zet zich in voor het herstel van het contact en het starten van een pleegzorgonderzoek. De moeder uit zorgen over de schoolkeuze en het gebrek aan betrokkenheid bij beslissingen.
De kinderrechter oordeelt dat de ontwikkelingsbedreiging onverminderd aanwezig is en verlengt de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing tot 2 april 2022. Tevens kent hij de GI gedeeltelijk gezag toe voor de inschrijving bij de opleiding, omdat dit in het belang is van de minderjarige en onzekerheid over de opleiding haar motivatie zou schaden. De moeder wordt opgeroepen intensief betrokken te worden bij toekomstige beslissingen en het contact met de minderjarige te herstellen.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing worden verlengd en de GI krijgt gedeeltelijk gezag voor de aanmelding bij de onderwijsinstelling.