ECLI:NL:RBZWB:2021:5147
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Bollen
- Rechtspraak.nl
Wijziging co-ouderschapsalimentatie en afwijzing vergoeding podologiekosten
Partijen, voormalig gehuwd en gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over twee minderjarige kinderen, hebben een co-ouderschap waarbij de kinderen wekelijks wisselen van hoofdverblijf. De man verzocht om wijziging van de alimentatie voor het kind dat bij de vrouw staat ingeschreven en vaststelling van een bijdrage van de vrouw voor het kind dat bij hem staat ingeschreven. Tevens verzocht hij vergoeding van gemaakte kosten voor podologische zorg.
De rechtbank stelde vast dat er een wijziging van omstandigheden was die een herberekening van de draagkracht van beide ouders rechtvaardigde. De draagkracht van de man werd vastgesteld op basis van de winst uit onderneming in 2020, gecorrigeerd voor buitengewone lasten, en die van de vrouw op haar inkomen uit dienstverband minus een maandelijkse aflossing op een huwelijkse schuld. De behoefte van beide kinderen werd vastgesteld op €281 per maand per kind, met een zorgkorting van 35% toegepast.
De rechtbank wijzigde de alimentatiebedragen per 14 januari 2021: de vrouw moet €24 per maand betalen voor het kind bij de man, en de man €61 per maand voor het kind bij de vrouw. Het verzoek van de man tot vergoeding van de podologiekosten werd afgewezen omdat hij zonder instemming van de vrouw kosten had gemaakt en de medische noodzaak niet onomstotelijk vaststond. De vrouw hoeft teveel betaalde alimentatie niet terug te betalen.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de kinderalimentatie voor beide kinderen en wijst het verzoek tot vergoeding van podologiekosten af.