Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle om een omgevingsvergunning te verlenen voor het wijzigen van het ventilatiesysteem en het plaatsen van ionisatielampen in bestaande vleeskuikenstallen, met toepassing van een afwijkende, minder strenge maximale ammoniakemissiewaarde uit het Besluit emissiearme huisvesting (Beh).
Het college had het bezwaar ongegrond verklaard en de voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep. De kern van het geschil betrof de belangenafweging bij het toepassen van artikel 6, tweede lid, van het Beh, dat het college discretionaire bevoegdheid geeft om bij uitbreidingen van emissiearme dierenverblijven een hogere emissiewaarde toe te passen indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.
De rechtbank oordeelde dat het college de belangen van vergunninghoudster, zoals de hoge kosten van een volledig nieuw huisvestingssysteem en de positieve effecten van de aangevraagde maatregelen op fijnstof- en geuremissie, voldoende heeft meegewogen. Ook is vastgesteld dat de ammoniakemissie niet toeneemt en dat de gezondheid van omwonenden niet nadelig wordt beïnvloed volgens de GGD.
De rechtbank concludeerde dat het college in redelijkheid de bevoegdheid heeft toegepast en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een voorlopige voorziening of proceskostenveroordeling.