ECLI:NL:RBZWB:2021:5338

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 oktober 2021
Publicatiedatum
22 oktober 2021
Zaaknummer
BRE-21_2629
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht bij naheffingsaanslag parkeerbelasting

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting van de gemeente Breda, waarbij aanmaningskosten in rekening zijn gebracht. Voor het indienen van het beroep is griffierecht van €49,00 verschuldigd. De griffier heeft belanghebbende hierover schriftelijk geïnformeerd en herhaaldelijk gewezen op de verplichting tot betaling, onder vermelding van mogelijke niet-ontvankelijkverklaring bij uitblijven van betaling.

De aangetekende brief van 23 juli 2021 is volgens Track&Trace bezorgd op het opgegeven adres van belanghebbende. Desondanks is het griffierecht niet ontvangen door de rechtbank. Op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) leidt het niet betalen van het griffierecht tot kennelijke niet-ontvankelijkheid van het beroep.

De rechtbank ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden aangetekend bij de rechtbank, waarbij belanghebbende kan verzoeken om te worden gehoord over het verzet.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer BRE 21/2629
uitspraak van 22 oktober 2021
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats] ,
belanghebbende,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Breda,
de heffingsambtenaar.

1.Motivering

Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de in rekening gebrachte (aanmanings)kosten inzake de naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer] . Hiervoor is belanghebbende griffierecht verschuldigd van € 49,00. De griffier heeft belanghebbende daarover schriftelijk geïnformeerd.
De griffier heeft belanghebbende in een aangetekende brief van 23 juli 2021 nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. De brief vermeldt dat niet-ontvankelijkverklaring kan volgen, indien het griffierecht niet binnen vier weken na dagtekening van de brief is overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres.
Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

2.Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 22 oktober 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.