ECLI:NL:RBZWB:2021:5363
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen dwangbevel bestuursrechtelijke premies
De algemeen directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau heeft namens het CAK een dwangbevel uitgevaardigd aan eiser voor de betaling van bestuursrechtelijke premies. Eiser maakte bezwaar tegen het dwangbevel, maar dit bezwaar werd door de executiegemachtigde ongegrond verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank stelde vast dat op grond van artikel 8:4, eerste lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen beroep mogelijk is tegen een besluit dat een dwangbevel inhoudt. Dit geldt ook voor de invorderingskosten die onlosmakelijk deel uitmaken van het dwangbevel volgens artikel 4:119 van Pro de Awb. Hierdoor is de rechtbank niet bevoegd om over het beroep te oordelen.
De rechtbank wees erop dat eiser in de bijlage bij het dwangbevel is geïnformeerd over de mogelijkheid om een executiegeschil aanhangig te maken bij de bevoegde burgerlijke rechter op grond van artikel 438 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het indienen van bezwaar tegen het dwangbevel was daarom niet de juiste weg. De rechtbank verklaarde zich dan ook onbevoegd en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen het dwangbevel en wijst het beroep af.