ECLI:NL:RBZWB:2021:5369
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens tegemoetkoming UWV op WIA-uitkering
Verzoekster had beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin haar recht op een WIA-uitkering werd ontzegd. Nadat het UWV het bestreden besluit had gewijzigd en verzoekster alsnog recht kreeg op de uitkering met ingang van 7 september 2020, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft het verzoek tot proceskostenvergoeding beoordeeld op basis van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht. Omdat het beroep werd ingetrokken vanwege de tegemoetkoming van het UWV, was een proceskostenveroordeling mogelijk.
De rechtbank stelde vast dat het UWV al proceskosten had toegekend voor de bezwaarfase en beperkte de vergoeding tot de beroepsfase. De kosten voor de beroepsfase werden vastgesteld op € 748,- voor professionele rechtsbijstand. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het griffierecht van € 49,- te vergoeden.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van € 748,- aan verzoekster voor de proceskosten van de beroepsfase.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van € 748,- aan proceskosten voor de beroepsfase.