ECLI:NL:RBZWB:2021:5381

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 oktober 2021
Publicatiedatum
26 oktober 2021
Zaaknummer
AWB- 21_3336
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens reeds genomen besluit studiefinanciering 2021

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het vermeende niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op haar aanvraag studiefinanciering voor het kalenderjaar 2021. De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb besloten de zaak zonder zitting te behandelen.

De minister heeft toegelicht dat eiseres op 16 juli 2020 een aanvraag studiefinanciering heeft ingediend en dat op 3 september 2020 de aanvullende beurs is afgewezen, terwijl op 14 oktober 2020 een collegegeldkrediet voor 2021 is toegekend. Een nieuwe aanvraag aanvullende beurs is pas op 7 juni 2021 ingediend. Op 2 juni 2021 heeft de minister besloten dat er geen openstaande aanvraag meer was waarvoor een besluit moest worden genomen.

De rechtbank oordeelt dat het primaire besluit op 2 juni 2021 het uitblijven van een besluit over de studiefinanciering voor 2021 uitsluit. Het geschil over de noodzaak van een nieuwe aanvraag kan in de lopende bezwaarprocedure worden behandeld. Daarom is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek om dwangsom wordt afgewezen. Tegen het besluit van 2 juni 2021 is bezwaar mogelijk.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de minister op 2 juni 2021 een besluit heeft genomen over de studiefinancieringsaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
Zaaknummer BRE 21/3336 WSFBSF

uitspraak van 22 oktober 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiseres], wonende te [plaatsnaam 1] , eiseres,
gemachtigde: mr. P.S. Folsche,
en
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO),gevestigd te [plaatsnaam 2] , verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister op haar aanvraag voor studiefinanciering voor het kalenderjaar 2021.
De rechtbank heeft toepassing gegeven aan artikel 8:54, eerste lid, van de Awb, zodat een behandeling ter zitting achterwege is gebleven.

Overwegingen

1. Op 20 mei 2021 heeft eiseres de minister een brief gestuurd waarin zij meldt al eerder studiefinanciering te hebben aangevraagd, maar voor het kalenderjaar 2021 nog geen besluit te hebben ontvangen. Zij verzoekt de minister binnen twee weken alsnog een beslissing hierover te nemen.
Bij besluit van 2 juni 2021 heeft de minister dit verzoek afgewezen omdat eiseres geen aanvraag studiefinanciering voor het kalenderjaar 2021 heeft ingediend.
Eiseres heeft op 14 juli 2021 bezwaar gemaakt tegen het besluit van 2 juni 2021. Op 30 juli 2021 heeft zij de bezwaargronden aangevuld.
Op 30 juli 2021 heeft zij beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het uitblijven van een besluit op haar aanvraag.
2. De minister stelt dat eiseres op 16 juli 2020 een aanvraag voor studiefinanciering heeft ingediend. Op 3 september 2020 is de aanvraag voor een aanvullende beurs afgewezen. Op 14 oktober 2020 is aan eiseres een collegegeldkrediet toegekend voor 2021. Een nieuwe aanvraag voor een aanvullende beurs is pas ingediend op 7 juni 2021, aldus de minister.
3. De rechtbank stelt vast dat de minister op 2 juni 2021 heeft besloten dat er geen aanvraag van eiseres meer openstaat waarover nog een besluit genomen moet worden. Het verzoek om dwangsom wordt daarom afgewezen. Tegen dit primaire besluit staat bezwaar open. Eiseres heeft ook bezwaar ingediend. In deze bezwaarprocedure staat de vraag ter discussie of de minister gehouden is over het kalenderjaar 2021 een besluit te nemen over studiefinanciering, dan wel dat daarvoor een nieuwe aanvraag moet worden ingediend.
4. Naar het oordeel van de rechtbank is dus een primair besluit genomen naar aanleiding van de brief van eiseres van 20 mei 2021. Van een situatie dat sprake is van het uitblijven van een besluit is dus geen sprake. Het geschilpunt over de noodzaak om een nieuwe aanvraag in te dienen kan in de lopende bezwaarprocedure aan de orde komen. Het beroep is daarom (kennelijk) niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 22 oktober 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank.