Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester om haar woning voor twee maanden te sluiten wegens de vondst van hennep. De burgemeester had de sluiting bevolen op grond van drugshandel, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat verzoekster hierbij betrokken was.
De wijkagent rapporteerde de vondst van een hoeveelheid hennep die duidt op verkoop, maar er was geen bewijs dat de woning een rol speelde in drugshandel of dat verdachte personen structureel aanwezig waren. Ook ontbraken meldingen van overlast of een loop naar de woning.
De voorzieningenrechter vond het belang van verzoekster om in haar woning te blijven zwaarder wegen dan het belang van de burgemeester bij sluiting. Daarom werd het besluit geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht, proceskosten en reiskosten van verzoekster.