Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
wettigbewijs, dan is het bewijs onvoldoende
overtuigend. Er is een atypische huurder-verhuurder relatie, waarbij er aanwijzingen zijn dat deze relatie meer omvatte. Daarbij is de verklaring van aangeefster over hoe de seks is gegaan opmerkelijk. Ook zijn er verklaringen die passen bij het verhaal van verdachte. Getuige [getuige 1] vermoedde dat verdachte en aangeefster seks hadden. Voorts is het opmerkelijk dat juist verdachte de politie belde en niet aangeefster. Er is te veel ruimte voor twijfel en verdachte dient te worden vrijgesproken.
5.De benadeelde partij
6.De overwegingen omtrent het beslag.
7.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;