Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Daarnaast acht de officier van justitie ook het tweede feit wettig en overtuigend bewezen gelet op dezelfde stukken.
toegestanesnelheid van 130 km/u en
te brengenbinnen de afstand
werd toegebrachten
[Slachtoffer 2]zodanig lichamelijk letsel
dat daaruit tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, te weten een gebroken rechter ringvinger,werd toegebracht,
terwijl
verdachteverkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht
en terwijl degene die schuldig is aan dit feit, verkeerde in de toestand bedoeld in
artikel 8, tweede lid van deze wet
en
ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en
terwijl degene die schuldig is aan dit feit, verkeerde in de toestand bedoeld in
artikel 8, tweede lid van deze wet;
Wegenverkeerswet 1994 (1,98 milligram alcohol per milliliter bloed);
een taakstraf van 240 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
120 dagen;
een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 24 maanden waarvan 16 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;
mr. E.G.F. Vliegenberg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van Eekelen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 2 november 2021.