Eiseres, voormalig advocaat, maakte bezwaar tegen het UWV-besluit waarin haar mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 41,19%. Na een heropening van het onderzoek werd een deskundige ingeschakeld die een rapport uitbracht met een voorstel tot urenbeperking. De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) handhaafde echter het eerdere oordeel zonder urenbeperking.
De rechtbank weegt de medische rapporten en concludeert dat de deskundige onvoldoende overtuigend motiveert waarom aanvullende beperkingen en urenbeperking zouden gelden, mede omdat de klachten subjectief zijn en onvoldoende objectief medisch vast te stellen. De verzekeringsarts b&b heeft dit standpunt overtuigend onderbouwd.
De arbeidsdeskundige van het UWV stelde passende functies vast die eiseres nog kan vervullen, waarop de mate van arbeidsongeschiktheid is gebaseerd. De rechtbank oordeelt dat deze functies medisch passend zijn en dat de berekening van 41,9% arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter P.H.J.G. Römers en griffier J.M. van Sambeek op 1 november 2021.