ECLI:NL:RBZWB:2021:5534
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen stopzetting WW-uitkering
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV tot stopzetting van haar WW-uitkering en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen voor doorbetaling van de uitkering over bepaalde periodes.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoekster geen financiële onderbouwing gaf, zoals bankafschriften, en haar stelling dat zij financieel afhankelijk is van haar zoon niet met stukken ondersteunde. Hierdoor was onvoldoende gebleken dat sprake was van een spoedeisend belang.
Daarnaast vroeg verzoekster doorbetaling over een periode in het verleden, terwijl de voorlopige voorzieningenprocedure bedoeld is voor maatregelen in afwachting van de uitkomst van bezwaar of beroep.
Gelet op deze omstandigheden werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de stopzetting van de WW-uitkering is afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.